

Klop de boter en poedersuiker tot een gladde massa. Meng het zout, de vanillepasta, het ei en het amandelpoeder tot een geheel. Verdeel het beslag in twee gelijke delen.
Voeg in één kom 100 gram bloem toe om het vanilledeeg te maken. Voeg in de andere kom de bloem en cacaopoeder toe om het cacaodeeg te maken. Meng beide tot een samenhangend deeg.
Verdeel het vanilledeeg in twee gelijke porties en rol elke portie uit tot een staaf met een diameter van 1 cm. Herhaal hetzelfde proces met het cacaodeeg.
Snijd elk staafje in stukjes van 1 cm en rol de stukjes tot kleine balletjes. Voor een gemengd koekje combineer je drie vanillebolletjes met drie cacaobolletjes. Rol ze voorzichtig samen tot een gemarmerd koekje.
Verwarm de oven voor op 180°C. Bekleed een bakplaat met bakpapier. Leg de gemengde koekjes op de bakplaat en bak ze ongeveer 15 minuten. Laat de koekjes volledig afkoelen.
Smelt de chocolade in een bain-marie of in de magnetron tot hij glad is. Doop de onderkant van elk koekje in de gesmolten chocolade en leg ze dan op een bakplaat bekleed met bakpapier. Laat de chocolade hard worden voor je ze serveert.